

| Wil je op de hoogte gebracht worden als deze pagina
of de site van Pinkelotje weer wat nieuws bieden heeft?
Vul je email adres hier in: |
Wij komen van Oosten, wij komen van ver.
A la berline postiljon!
Wij zijn er drie koningen met een ster.
A la berline postiljon.
Van cher ami tot in de knie.
Wij zijn drie koningskinderen.
Sapater trok naar Vendelo, van cher ami.
Wij hebben gezongen al voor dit huis.
A la berline postiljon!
Geef ons een penning,
dan gaan we weer naar huis.
A la berline postiljon!
Van cher Ami, tot in de knie;
wij zijn drie koningskinderen.
Sa, pater trok naar Vendelo,
van cher ami.
Driekoningen, driekoningen, geef mij een
nieuwe hoed.
Mijn oude is versleten. Mijn moeder mag
't niet weten.
Driekoningen, driekoningen, geef mij een
nieuwe hoed
Als het op 6 januari donker wordt, kan
de driekoningenoptocht beginnen.
De kinderen gaan verkleed als koningen,
met matels om en kronen op, langs de deuren. Ze bellen aan, zingen hun
driekoningenliedje en krijgen snoep.
Materiaal:
Neem een stuk goudkarton dat om je hoofd
past en knip punten.
Maak er met een nietmachine een kroon
van.
Materiaal:
Verf de rol (naar eigen idee) en strooi
er direct glitter op. Kies een leuke kleur papier uit en knip daar een
rondje uit van 6 cm doorsnee. Knip het rondje tot in het midden in en plak
de twee delen over elkaar zodat er een hoedje ontstaat.
Plak met schildersplakband de plantenstok
in de toiletrol vast. Het hoedje als een dakje op de rol plakken.
Voor de variatie kan je de rol ook inpakken
met cadeaupapier of doorzichtig folie. Of met kleine gescheurde stukjes
aluminiumfolie.
In plaats van een dakje kan je de rol
ook afwerken met aluminiumfolie.
Thuis of op school wordt het driekoningenbrood gegeten. Wie de boon vindt, mag die dag koning zijn. De koning mag bijvoorbeeld kiezen wat er 's avonds gegeten wordt of welke spelletjes er worden gedaan.
Maak brood- of cakedeeg en stop er een
boon in. Vorm een brood of cake en bak het. En nu maar afwachten wie de
boon vindt... die is de koning!
Het recept volgt!
Benodigdheden:
Wel eventueel de krenten en of rozijnen
en dep ze droog.
Doe de mix in een beslagkom. Voeg het
water toe. Roer het geheel met en pollepel of een mixer met deeghaken tot
een glad beslag.
Roer de krenten en of rozijnen door het
beslag.
Laat het beslag in de kom, afgedekt met
plastic, rijzen bij kamertemperatuur. Roer het beslag tijdens het rijzen
en bakken niet meer door.
Laat in een diepe pan olie heet worden,
totdat er iets damp afkomt (circa 190 ºC).
Vorm met twee lepels
of een oliebollentang/ijslepels bolletjes beslag.
Laat de bolletjes
in de hete olie glijden en dompel ze even onder. Bak de oliebollen in 3-4
minuten rondom goudbruin.
Neem de oliebollen
met een schuimspaan uit de olie.
Laat ze op een vergiet
of keukepapier uitlekken.
Serveer de oliebollen
met poedersuiker.
Benodigdheden:
Schil de appels, verwijder het klokhuis
en snijd de appels in dikke plakken.
Bestrooi de appels met suiker en kaneel.
Doe de mix in een belagkom. Voeg de melk
toe.
Roer het geheel met een garde of mixer
tot een glad beslag (let op: het beslag niet laten rijzen).
Haal de appelschijven door het beslag
en bak ze in de hete olie aan beide zijden bruin.
Benodigdheden:
Rasp de oude kaas en snijd de paprika
en ananas in kleine stukjes. Meng dit, naar smaak met het kerriepoeder
en zout.
Doe de mix in een beslagkom. Voeg het
water toe. Roer het geheel met en pollepel of een mixer met deeghaken tot
een glad beslag.
Roer de hartige vulling door het beslag.
Laat het beslag in de kom, afgedekt met
plastic, rijzen bij kamertemperatuur. Roer het beslag tijdens het rijzen
en bakken niet meer door.
Laat in een diepe pan olie heet worden,
totdat er iets damp afkomt (circa 190 ºC).
Vorm met twee lepels
of een oliebollentang/ijslepels bolletjes beslag.
Laat de bolletjes
in de hete olie glijden en dompel ze even onder. Bak de oliebollen in 3-4
minuten rondom goudbruin.
Neem de oliebollen
met een schuimspaan uit de olie.
Laat ze op een vergiet
of keukepapier uitlekken.
Benodigdheden:
Smelt de boter. Doe de mix in een beslagkom.
Voeg het water en de gesmolten boter toe. Roer het geheel met een garde
of mixer tot een gald beslag.
Laat het beslag in de kom, afgedekt met
plastic, circa 45 minuten rijzen bij kamertemperatuur.
Vet het wafelijzer in (dit hoeft alleen
bij het bakken van de eerste wafel) en laat het ijzer goed warm worden.
Schep het beslag in het wafelijzer.
Bak de wafels in circa 4 minuten gaar
en goudbruin.
Serveer de wafels warm met eventueel wat
boter en poedersuiker.
Het is zo druk op straat! O, wat is het
druk op straat.
Ja, zegt moeder, nu moeten alle mensen
inkopen doen. Ze kopen suiker. En meel en bloem. En rozijnen. Voor de oliebollen,
zegt Jip. Want zondag is het oudejaar.
En dan eten wij oliebollen, zegt Jip.
En wij ook, zegt Janneke.
Kom, zegt moeder. Ik ga nog wat appeltjes
kopen. Hier, in de groentewinkel.
Ze gaan naar binnen.
En moeder koopt mooie rode appeltjes.
En Jip krijgt een snoepje. En Janneke
krijgt ook een snoepje.
Jullie snoepen veel te veel, zegt moeder.
Je hebt de hele kerstboom ook al kaal gesnoept. En overal krijg je een
snoepje. Jullie worden er nog ziek van.
Maar Jip en Janneke vinden het fijn.
En dan gaan ze naar huis.
Hier, zegt moeder. Hier heb je allebei
een schoon doekje. Nu mag je de appeltjes oppoetsen. Maak ze maar heel
mooi.
En Jip en Janneke gaan appeltjes poetsen.
Ze poetsen en ze poetsen. En de appeltjes
worden zo mooi. Aan de ene kant geel. En aan de andere kant rood. En prachtig
glimmend.
Kijk, zegt Janneke. Zo'n appel kocht Sneeuwwitje
van de boze koopvrouw. De gele kant was niet vergif. En de rode kant was
wel vergif. Ja,
zegt Jip.
En als moeder binnenkomt zegt ze: Jullie
mogen er ieder een opeten.
Jip begint te eten. Maar hij eet alleen
van de gele kant. Hij eet niet van de rode kant. Dat is vergif, zegt hij.
Malle jongen, zegt moeder. Dat was toch
aleen in het sprookje. Eet de appel maar helemaal.
Dat doet Jip.
En Janneke doet het ook.
En dan zijn er twee klokhuisjes over.
Buiten is het donker. En erg koud. En het
is diep in de nacht. Jip ligt in bed. Hij slaapt.
Maar dan ineens: Boem, boem, toet, toet!
Boem! Wat is dat? Jip wordt wakker. Hij
zit rechtop in zijn bedje. En hij wordt erg bang. Want het is zo'n lawaai.
Ze schieten. En hij hoort een boot in de verte. En nog een. En hij hoort
gillen op straat. Wat is er toch? En dan opeens weet Jip het weer. Het
is oudejaar. Benenden zijn vader en moeder. En tante Truus. Die vieren
oudejaar. Hij hoort ze lachen.
Jip komt uit zijn bed. En hij gaat zachtjes
de trap af. Hij loop door de gang. En hij doet heel zacht de deur open.
De deur van de huiskamer.
Kijk, daar staat vader. En tante ook.
Ze zien Jip niet.
Jip komt naar binnen.
En dan ziet vader hem. Hij zegt: Kijk
daar nou. Wat doe jij hier, rakker?
En moeder geeft hem een kus. En ze zegt:
Gelukkig nieuwjaar, Jip.
Ik wil ook een glas met iets, zegt
Jip.
Jij krijgt een appelbol, zegt tante Truus.
Kom maar gauw op mijn schoot zitten. En je mag even luisteren naar de radio.
Jip eet zijn appelbol. Met kleine hapjes.
En hij hoort hele mooie muziek.
Nou ga ik met mijn auto spelen, zegt Jip.
Maar vader zegt: Nee Jip, nou is het genoeg
geweest. Nu breng ik je weer naar bed.
Jip slaapt direct weer in. En de volgende
morgen komt Janneke.
Gelukkig nieuwjaar, zegt ze.
Gelukkig nieuwjaar, zegt Jip. Ik ben vannacht
opgeweest.
Nietwaar, zegt Janneke.
Ja, zegt Jip. Ik mocht opblijven tot twaalf
uur.
Je jokt, zegt Janneke.
Ik jok niet, zegt Jip.
Maar moeder zegt: Jip is om zeven uur
naar bed gegaan. Gewoon. Maar hij is om twaalf uur beneden geweest. Heel
even. Hè, Jip?
Ja, zegt Jip. En ik heb een appelbol gehad.
En ik heb knallen gehoord.
En Janneke is jaloers. Want zij heeft
geslapen. De hele nacht. En ze heeft geen knal gehoord.
Ik vind het gemeen, zegt ze. Ik wil ook
knallen horen.
Maar Jips moeder zegt: Ik heb nog een
appelbol voor je bewaard, Janneke. Een wees maar niet verdrietig. Je zult
nog genoeg knallen horen in je leven.
Bron: Jip en Janneke
Jip
en Janneke
A.M.G. Schmidt
1. Maak zelf NOOIT vuurwerk.
2. Steek alleen vuurwerk af met toestemming van je ouders of verzorgers.
3. Richt NOOIT vuurwerk op andere mensen!
4. Doe niet stoer met vuurwerk.
5. Stop geen vuurwerk ik een fles.
6. Let op je kleding. Draag geen stoffen zoals nylon. Deze stoffen zijn zeer brandbaar.
7. Blijf op een veilige afstand van het vuurwerk.
8. Let op de windrichting.
9. Kapot vuurwerk NOOIT opnieuw afsteken.
10. De meeste ongelukken gebeuren op 1
januari. Laat oud vuurwerk liggen!
Terug naar de themapagina.